In totaal biedt het Medisch Opvangproject Ongedocumenteerden (MOO) 50 opvangplekken voor cliënten uit heel Nederland. Afhankelijk van de trajectduur kunnen er ieder jaar dus tussen de 50 en 75 personen worden begeleid. In 2014 en 2015 ontving het MOO in totaal 58 nieuwe aanmeldingen. In 2014 betrof het 34 nieuwe cliënten. Een korte plaatsingsstop vanwege volledige bezetting leidde tot een kleiner aantal van 24 aanmeldingen in 2015. In beide jaren was er sprake van een wachtlijst, al slonk deze van 23 mensen in 2014 naar 16 in 2015.

Bezien over een periode van twee jaar had ruim 36% van de nieuwe cliënten geen enkele vorm van geestelijke gezondheidszorg op het moment dat ze bij het MOO aankwamen. Anderen ontvingen al wel een vorm van begeleiding, maar het gebrek aan stabiliteit in hun (woon)situatie vormde een barrière voor effectieve behandeling. Onze cliënten zijn afkomstig uit 23 verschillende landen. Sierra Leone, Guinee en Eritrea vormden de ‘top 3’ van herkomstlanden.

Dankzij het MOO hoeft door onze cliëntengroep geen aanspraak gemaakt te worden op de dak- en thuislozenvoorzieningen in verschillende steden; GGD crisisvoorzieningen; of GGZ opname binnen reguliere ziekenhuizen. Het is daarom bemoedigend om te zien dat over de gehele subsidieperiode 59% van alle aanmeldingen afkomstig zijn van (lokale) GGZ instellingen en hulporganisaties. Dit hoge percentage is indicatief voor het vertrouwen dat hulpverleners en professionals in de geestelijke gezondheidszorg hebben in de benadering van het MOO. Blijkbaar bestaat er bij behandelaars grote behoefte aan steun vanuit het MOO, mede ingegeven door hun onervarenheid met de doelgroep en de complexiteit van hun situatie.

Het traject van stabilisatie naar behandeling en vervolgens richting duurzame oplossing duurt lang, maar gaat gelukkig vaak gepaard met goede juridische resultaten. In 2014 en 2015 waren respectievelijk 62 en 57 personen in begeleiding en werden 24 en 27 zaken afgerond.  In gemiddeld 78% van de dossiers waarin reeds een resultaat is behaald is dit positief van aard: 46% kreeg een verblijfsvergunning of keerde terug en nog eens 32% herkreeg het recht op Rijksopvang en/of startte een kansrijke procedure (vaak op medische gronden).