fbpx

5 juni 2019

Borji 1985, Binnen-Mongolië,
een autonome regio in het noorden van China
In 2009 naar Nederland gevlucht.
Nu, erkend als politiek vluchteling.

“Het ergste is het gebrek aan zekerheid, je weet niet in welke richting je je bestaan moet sturen.”

Uit het ASKV boek ‘Binnen, over mensen die aanklopten bij het ASKV‘: Bestellen via deze link

‘Toen ik was uitgeprocedeerd zei Vluchtelingenwerk in het AZC dat ik moest werken aan mijn terugkeer naar China. Anders zou de politie me oppakken en uitleveren. Ik ben gaan zoeken op het internet naar hulporganisaties. Het ASKV leek me betrouwbaar. Zo ben ik met mijn koffertje naar Amsterdam vertrokken.’

Binnen-Mongoliërs bevinden zich in dezelfde situatie als Tibetanen en Oeigoeren. Elke roep om meer vrijheden wordt door China beschouwd als separatisme en met harde repressie bestreden. Openlijke uitingen van de oorspronkelijke Binnen-Mongoolse cultuur en gebruiken, anders dan van een onschuldig folkloristisch karakter, leiden steevast tot conflicten met de Chinese veiligheidsdienst.Voor China is de regio belangrijk vanwege de vele zeldzame mineralen. En het weidse, onmetelijke land dient als overloop voor de bevolkingsdruk, zodat nog maar een vijfde Mongools is.

Borji volgde een universitaire studie in een grote stad. Ze ondervond de achter- stelling van de Mongoolse bevolking aan den lijve en zag hoe de oorspronkelijke cultuur verloren ging. Ze sloot zich aan bij een studentengroep en raakte bevriend met een sleutel- figuur in de Mongoolse beweging. Gaandeweg kreeg ze zelf een leidende rol. Ze initieerde studiebijeenkomsten, schreef teksten en organiseerde politiek getinte vergaderingen. Deze bijeenkomsten vonden in het geheim plaats, geschaduwd door de Chinese veiligheidsdiensten. Dit leidde regelmatig tot botsingen met de universiteitsautoriteiten.

In 2009 werd een groepje studenten aangehouden dat op weg was naar een bijeen- komst in een andere stad. Tussen hun paperassen werden teksten van Borji gevonden, die ze speciaal voor de gelegenheid had geschreven. Het groepje werd meegenomen en er is niets meer van hen vernomen.

Kort daarop werd Borji door haar contactpersoon gewaarschuwd dat ze gevaar liep en moest vluchten. Zonder identiteits- en reispapieren kwam Borji aan in Ter Apel, zoals gebruikelijk had de reisagent die teruggenomen om zelf niet traceerbaar te zijn. Bij de asielaanvraag wordt dit aangerekend en het is het begin van het verwijt van ongeloofwaardigheid. Maar Borji weigerde resoluut alsnog papieren te laten overkomen uit China. Dat zou haar familie en vrienden in gevaar brengen.

Haar vluchtverhaal werd niet geloofd en haar asielverzoek werd afgewezen. Ze moest terug naar waar ze vandaan kwam. Ze voelde zich bedrogen en klopte aan bij het ASKV, met de vraag of zij haar konden helpen alsnog een verblijfsvergunning te krijgen.

‘Het was koud en ik was ziek. Ik zat in de wachtkamer te rillen bij de radiator. Het ASKV had geen opvang voor me. Uiteindelijk brachten ze me naar een goedkoop hotel, waar ik twee nachten kon slapen. Toen kwam Koninginnedag en was het hotel volgeboekt.

Ik was tien dagen welkom in het Noëlhuis en vervolgens woonde ik een maand bij de zusters. ’s Ochtends sneden we groenten en troffen we voorbereidingen voor de maaltijd, die ’s middags werd geserveerd aan zo’n tachtig daklozen. Daarna was de afwas aan de beurt. Als boeddhist verwonderde ik me over het katholieke geloof. Ten slotte kreeg ik een kamertje in het appartement van Renske. Daar kon ik een jaar blijven.

Het ASKV gaf me een klein leefgeld en ze regelden dat ik wekelijks naar de voedselbank kon. Ik begreep wel dat het ASKV zelf nauwelijks geld had.

Binnen twee weken had het ASKV contact gelegd met een Binnen-Mongoolse organisatie die ik al lange tijd volgde op het internet. Mijn advocaat en Vluchtelingenwerk hadden eerder geweigerd me daarmee te helpen. Als ze die moeite hadden genomen en bovendien, wat het ASKV wél heeft gedaan, zich hadden laten voorlichten door Amnesty International, dan was ik misschien al veel eerder als politieke vluchteling erkend.

De voorbereiding van een nieuwe asielaanvraag duurde wat mij betreft veel te lang. Ik vroeg me ook af of alles wel zo perfect moest. Maar mijn contactpersoon hamerde erop dat we geen risico mochten nemen. Een herhaalde asielaanvraag was juridisch een breekbare zaak en kon in een handomdraai van tafel geveegd worden. We moesten op elke vraag van de IND een sluitend antwoord hebben, ook op de argumenten uit de eerste procedure.

Dat vond ik het moeilijkste van mijn anderhalf jaar bij het ASKV, het wachten. Als “illegaal” heb je heel weinig mogelijkheden om je leven zin te geven en er iets van te maken. Ik was erg dankbaar dat ik naar de Nederlandse les kon die het ASKV organiseerde, al had ik door zelfstudie in het AZC al een redelijk niveau bereikt. Maar de Nederlandse les bracht gezelligheid en structuur, er werd veel gelachen en je kreeg er energie van.

Ik heb een goede discipline, maar ook voor mij was het bestaan als “illegaal” psychisch al gauw heel zwaar. Het ergste is het gebrek aan zekerheid. Je weet niet in welke richting je je bestaan moet sturen. Nu ik mensen heb ontmoet die al vijf of tien jaar, of nog langer in onzekerheid leven, besef ik dat ik nog behoorlijk geboft heb.

Sinds ik een status heb, ben ik vooral bezig met het me eigen maken van de Nederlandse taal. Ik wil die op hbo-niveau beheersen, maar zo ver ben ik nog niet. Wel kan ik prima begrijpend lezen. Met gesprekken kan ik ook goed meekomen, als mensen niet te snel praten. Maar een foutloze tekst schrijven is te veel gevraagd. Het Nederlands zit zo anders in elkaar dan het Mongools; en de andere talen die ik beheers, het Mandarijn en een beetje Japans, zijn ook niet echt van nut.

Gelukkig ben ik goed in wiskunde, cijferwerk en internettechnologie. Dat is mijn beste kans om zo snel mogelijk onafhankelijk te worden. Zo hoop ik vrijheid te krijgen om iets te doen voor mijn volk en de Mongoolse cultuur in China.’

TEKST: Tiny van Dijk, Katrien de Klein
FOTO:  Bas Baltus

Geplaatst in:

Nieuws

Sorry, reacties op dit item zijn gesloten.