Staatloosheid in Nederland
Deze website biedt toegankelijke en betrouwbare informatie over staatloosheid in Nederland, van data tot wetgeving.
Het is gemaakt om beter te begrijpen wie door staatloosheid wordt geraakt, welke gevolgen dit heeft en welke oplossingen mogelijk zijn.
Staatloosheid in Nederland
Wat betekent het als geen enkel land jou als burger erkent en je dus geen nationaliteit hebt? Voor duizenden mensen in Nederland is dat geen theoretische vraag, maar een dagelijkse realiteit. Staatloosheid is vaak onzichtbaar, maar kan grote gevolgen hebben voor de mogelijkheid om rechten uit te oefenen, documenten te verkrijgen en mee te doen in de samenleving. Ook kan staatloosheid een impact hebben op de identiteit van een persoon en het gevoel ergens bij te horen. Volgens de Nederlandse wetgeving is een staatloze iemand die door geen enkele staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.
Op 1 januari 2026 stonden er in Nederland 22.441 mensen geregistreerd als ‘staatloos’ of met een ‘onbekende nationaliteit’, waarvan 3990 als staatloos (bron: CBS). Dit gaat alleen over mensen geregistreerd bij gemeentes en is dus een onderschatting van het werkelijke aantal. In Nederland worden staatlozen geregistreerd in de Basisregistratie Personen (BRP), maar daarnaast bestaat ook de categorie ‘nationaliteit onbekend’. Deze groep bestaat uit mensen die hun nationaliteit of staatloosheid niet kunnen aantonen, bijvoorbeeld door een gebrek aan documenten. Hoewel niet iedereen in deze categorie staatloos is, lopen velen tegen vergelijkbare obstakels aan. Volgens de meest recente cijfers van de UNHCR zijn er wereldwijd zo’n 4,5 miljoen mensen staatloos. Voor de Europese Unie ligt dit aantal naar schatting rond de 340.000 personen. Ook dit wordt gezien als een grote onderschatting vanwege gebrekkige registratie.
“I think the system was built with the idea that everyone must belong somewhere, but stateless people break that assumption. The Dutch government, like many others, has been slow to adapt. There is a fear of abuse, political pressure to reduce immigration, and a lack of political will to create human policies.”
– from the podcast Tales of Belonging by the Stateless Rights Collective
Hoe wordt iemand staatloos?
– Personen die bij geboorte nooit zijn geregistreerd en/of een nationaliteit hebben verkregen of van wie de nationaliteit in land van herkomst is afgenomen.
– Personen die een nationaliteit bezitten van een staat die niet wordt erkend, bijvoorbeeld Palestina.
Personen die na het uiteenvallen van staten en de daaropvolgende formatie van nieuwe staten (zoals bij de voormalige Sovjet-Unie of Joegoslavië) geen nationaliteit hebben verkregen van één van de nieuw ontstane landen.
– Personen die wegens discriminerende nationaliteitswetgeving geen nationaliteit bezitten, bijvoorbeeld alleenstaande vrouwen die hun burgerschap niet aan hun kind(eren) kunnen overdragen. Er zijn momenteel 25 landen in de wereld die vrouwen beperken in de mogelijkheid hun nationaliteit door te geven aan het kind (zie het laatste rapport van UNHCR Background Note on Gender Equality, Nationality Laws and Statelessness 2023) . Als er geen juridische vader in beeld is of de vader is staatloos, is het kind daardoor ook staatloos.
Migratie, al dan niet gedwongen, kan ook een risicofactor zijn. Staatloosheid is een status die van generatie op generatie wordt doorgegeven. Hierdoor worden ook in Nederland kinderen geboren zonder nationaliteit.
De groep staatlozen in Nederland is divers. Onder de geregistreerde staatlozen bevinden zich onder andere veel Palestijnen, voor wie het vaak eenvoudiger is om hun staatloosheid aan te tonen vanwege beschikbare documentatie. Personen die geregistreerd staan als ‘nationaliteit onbekend’ hebben meer moeite om hun staatloosheid aan te tonen. Onder deze groep bevinden zich mensen met uiteenlopende achtergronden, waaronder personen afkomstig uit gebieden van voormalig Joegoslavië en de voormalige Sovjet-Unie, maar ook groepen die door conflict, discriminatie of langdurige migratie geen sluitende documenten kunnen overleggen. Een aanzienlijk deel van deze mensen is in Nederland geboren en opgegroeid. Omdat Nederland nationaliteit in principe niet automatisch toekent op basis van geboorte op Nederlands grondgebied, kunnen kinderen de staatloosheid van hun ouders erven. Sinds oktober 2023 bestaan er naast de wettelijke procedure om staatloosheid officieel vast te stellen ook versoepelende regels voor staatloze kinderen geboren in Nederland om te naturaliseren.
Meer weten over de situatie in Nederland en die vergelijken met andere Europese landen? De Statelessness Index is een vergelijkende tool die de wetgeving, het beleid en de praktijk van Europese landen beoordeelt op het gebied van bescherming van staatlozen en het voorkomen van staatloosheid. Op deze website kunnen bezoekers uitgebreide informatie vinden over staatloosheid in 32 Europese landen, waaronder Nederland.
Data
Draai bij een mobiele weergave het scherm om de volledige dataset te kunnen zien.
In deze data zie je de meest voorkomende geboortelanden van staatlozen en mensen met een ‘nationaliteit onbekend’ die rechtmatig in Nederland verblijven. Het is erg lastig om als staatloze erkend te worden. Je ziet in de data dat dit voornamelijk lukt bij een grote groep uit Syrië, dit gaat voornamelijk om staatloze Palestijnen, een van de weinige groepen waarbij staatloosheid aantonen vaak wel lukt.
Geboortelanden van personen die in de BRP geregistreerd zijn als nationaliteit onbekend, 1 januari 2026
Het aantal staatlozen is in de afgelopen 10 jaar in Nederland verminderd. De groep ‘nationaliteit onbekend’ blijft groot in vergelijking met erkende staatlozen door de complexiteit van de registratie van staatloosheid. De data toont dat steeds meer mensen als nationaliteit onbekend ipv als staatloos worden geregistreerd, ook groepen die wel staatloos zijn (zoals Palestijnen uit Syrië). Let op: deze data tonen alleen mensen die in een gemeente staan ingeschreven en zijn dus niet representatief voor de hele bevolking.
– 2022-2025 – cijfers staatloosheid per 1 januari dat jaar – zie staat van Migratie 2024, 2025, 2026.
– Totalen staatloosheid en nationaliteit onbekend: CBS
Let op: Alle aantallen zijn afgerond op tientallen. Aantallen minder dan 5 worden niet getoond. Doordat de aantallen zijn afgerond op tientallen kunnen bij de optelling van detailaantallen afwijkingen ontstaan ten opzichte van bijvoorbeeld het jaartotaal.
Let op: Alle aantallen zijn afgerond op tientallen. Aantallen minder dan 5 worden niet getoond. Doordat de aantallen zijn afgerond op tientallen kunnen bij de optelling van detailaantallen afwijkingen ontstaan ten opzichte van bijvoorbeeld het jaartotaal.
Datavoorziening
De data op deze website is afkomstig van het CBS, JenV en de DT&V.
De beschikbare gegevens over staatloosheid in Nederland kennen nog verschillende tekortkomingen. Zo wordt er niet altijd onderscheid gemaakt tussen mensen met een ‘onbekende nationaliteit’ en mensen die als staatloos staan geregistreerd. Deze gaten in de gegevens onderstrepen het belang om de dataverzameling en registratie verder te verbeteren, zodat er een nauwkeuriger beeld ontstaat van staatloosheid in Nederland.
Vaststellen van Staatloosheid
Voor veel staatloze personen is een correcte registratie in de BRP van groot belang. Er staan veel staatloze personen geregistreerd met de vermelding “nationaliteit onbekend” of met een nationaliteit die zij juridisch niet bezitten. Een registratie als “staatloos” heeft o.a. voordelen wat betreft naturalisatieprocedures, reisdocumenten en voor de positie van kinderen die in Nederland zijn geboren. Er zijn verschillende routes om je staatloosheid vast te laten stellen. Dit kan via de IND of de gemeente in het geval van evidente staatloosheid. Bij complexe zaken zal er een gerechtelijke procedure plaatsvinden. In de onderstaande kopjes is er meer informatie te vinden over de twee mogelijke routes, en de gevolgen van vaststelling.
De IND of de gemeente toetst of aan één van de vijf gronden voor evidente staatloosheid is voldaan. Dit is het geval indien de persoon:
- Beschikt over een document van een overheid of rechter van een ander land dat de staatloosheid heeft vastgesteld (zie bijlage 1).
- In Nederland is geboren en ouders heeft die staatloos zijn.
- In Nederland is geboren, een staatloze vader heeft, en een staatloze moeder of een moeder die haar nationaliteit niet kan doorgeven.
- In Nederland is geboren, volgens de wet geen vader heeft, en een staatloze moeder of een moeder die haar nationaliteit niet kan doorgeven.
- Alleen de nationaliteit heeft van een staat die de Nederlandse overheid niet erkent, zoals Palestina.
In de praktijk zullen vooral mensen die Palestijns zijn gebruik maken van de Evident Staatloosheid route. De IND is bevoegd om Evidente Staatloosheid te registeren, maar verwijzen vaak naar de gemeente. De rest van de tekst is gericht op de procedure bij de gemeente.
Tegen een mogelijke afwijzing van evidente staatloosheid staat geen bezwaar of beroep open. Op grond van artikel 2.61, lid 3, wet BRP, kan iemand zich dan uitsluitend wenden tot de Rechtbank Den Haag met een vaststellingsverzoek als bedoeld in artikel 2 van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid.
De bewijslast rust primair op de verzoeker: hij of zij moet de benodigde bewijsstukken aanleveren die aantonen dat sprake is van één van de in het besluit genoemde situaties. De gemeente heeft weliswaar een onderzoeksplicht, maar zal haar beoordeling grotendeels baseren op de documenten die door de betrokkene worden overgelegd. Hierbij is het belangrijk dat het zo veel mogelijk om originele documenten gaat.
Dit betekent concreet dat de betrokkene de relevante documenten of gegevens moet overleggen waaruit blijkt dat aan de voorwaarden wordt voldaan, zoals een door een aangewezen land verstrekt document waaruit staatloosheid blijkt, of een geboorteakte in de zin van artikel 2.3 van de Wet basisregistratie personen indien het om een in Nederland geboren kind gaat van staatloze ouders of ouders met een bepaalde nationaliteit. De documenten die moeten worden overgelegd om als Palestijn aan de vijfde grond te voldoen verschillen per geboorteland, en zullen hieronder uitgebreid worden beschreven.
Wanneer een cliënt tijdens een asielprocedure documenten heeft afgegeven aan de IND en de originele documenten zich nog bij Bureau Documenten van de IND bevinden, kan de cliënt verzoeken om teruggave. Ook kan de gemeente worden gevraagd om contact op te nemen met de IND voor verificatie van documenten. Wanneer originele documenten tijdelijk niet beschikbaar zijn, kunnen kopieën en eventuele verificatieverklaringen van Bureau Documenten ondersteunend bewijs vormen. Documenten die niet zijn opgesteld in het Nederlands, Engels, Frans of Duits dienen bij voorkeur te worden voorzien van een beëdigde vertaling.
Pas wanneer voldoende is aangetoond dat sprake is van één van de situaties die onder het Besluit evidente staatloosheid vallen, kan de gemeente overgaan tot registratie van “staatloos” in de BRP. Omdat deze regeling bedoeld is voor duidelijke en eenvoudig vast te stellen gevallen, ligt de nadruk op het overleggen van een volledig en zorgvuldig onderbouwd dossier. Daarmee kan vaak worden voorkomen dat een cliënt is aangewezen op de meer uitgebreide gerechtelijke vaststellingsprocedure bij de rechtbank Den Haag.
Voordat de gemeente kan beoordelen of iemand als staatloos kan worden geregistreerd onder de meest voorkomende grond 5, moet eerst voldoende worden vastgesteld dat betrokkene Palestijn is. Vervolgens beoordeelt de gemeente of er aanwijzingen zijn dat de cliënt een andere nationaliteit bezit of heeft verkregen, bijvoorbeeld via de ouders, het geboorteland of een land waar betrokkene gedurende langere tijd heeft gewoond of gestudeerd.
Bij Palestijnse zaken volgen gemeenten vaak dezelfde lijn als de IND. Daarbij wordt doorgaans gekeken naar drie categorieën documenten: identiteits- en reisdocumenten, documenten van de burgerlijke stand en aanvullende bewijsstukken. Niet iedere cliënt beschikt over documenten uit alle drie de categorieën. De beoordeling moet altijd plaatsvinden op basis van het totale dossier. Een ontbrekend document betekent dus niet automatisch dat een verzoek kansloos is. Het uitgangspunt is dat de cliënt zoveel mogelijk documenten verstrekt die iets zeggen over identiteit, afstamming, geboorteplaats, woonplaatsen, verblijfsstatussen en nationaliteit. Het is daarom belangrijk om alle beschikbare bewijsstukken mee te nemen.
Een Palestijns paspoort van de Palestijnse Autoriteit wordt in de praktijk vaak als voldoende bewijs beschouwd. Ook een verklaring van de Palestijnse Vertegenwoordiging in Den Haag, in combinatie met een identiteitsdocument, kan worden gebruikt om de Palestijnse afkomst aan te tonen. Daarnaast kunnen originele UNRWA-documenten, gecombineerd met identiteitsdocumenten of documenten van de burgerlijke stand, voldoende grond bieden om de Palestijnse status van de cliënt vast te stellen. Hieronder zie je een schema met belangrijke documenten per meest voorkomende geboortelanden.

Nadat de Palestijnse afkomst is vastgesteld, moet de gemeente onderzoeken of de cliënt mogelijk nog een andere nationaliteit bezit. Daarbij kan worden gekeken naar de nationaliteit van de vader en moeder, voor zover deze juridisch vaststaat. Ook de geboorteplaats van de cliënt en de toepasselijke nationaliteitswetgeving van het geboorteland kunnen een rol spelen. Bijvoorbeeld of vrouwen hun nationaliteit kunnen doorgeven (zie hier een overzicht), of dat het Casablanca protocol geldt.
Verder kan de gemeente nagaan of de cliënt gedurende langere tijd in een ander land heeft verbleven en of tijdens dat verblijf een andere nationaliteit kan zijn verkregen. Ze kijken hier doorgaans naar vanaf 3 jaar verblijf. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gekeken naar verblijf in andere Arabische landen, waar het voor Palestijnen vaak vrijwel onmogelijk is om een nationaliteit te verkrijgen.
Veel landen in de Arabische regio kennen namelijk geen nationaliteit toe op basis van geboorte op hun grondgebied. Nationaliteit wordt doorgaans uitsluitend doorgegeven via afstamming, voornamelijk de vader, waardoor kinderen van staatloze Palestijnse ouders veelal zelf ook staatloos blijven, ongeacht in welk land zij geboren zijn. Daarnaast hebben Arabische staten zich lange tijd gebaseerd op politieke afspraken binnen de Arabische Liga om naturalisatie van Palestijnse vluchtelingen te beperken, met als doel de Palestijnse identiteit en het recht op terugkeer te behouden. Hierdoor leven in landen zoals Libanon, Syrië, Egypte en de Golfstaten al meerdere generaties Palestijnen zonder de nationaliteit van hun geboorteland, terwijl ook veel Palestijnen die na 1967 naar Jordanië kwamen en hun nakomelingen geen Jordaanse nationaliteit hebben verkregen. Dit is een belangrijk aandachtspunt bij de beoordeling van evidente staatloosheid, omdat langdurig verblijf of geboorte in een Arabisch land dus niet betekent dat een Palestijn daardoor automatisch de nationaliteit van dat land heeft verkregen.
Van belang is dat de gemeente niet mag uitgaan van theoretische mogelijkheden. Het enkele feit dat iemand misschien een bepaalde nationaliteit had kunnen verkrijgen is onvoldoende. Er moeten concrete aanwijzingen bestaan dat daadwerkelijk een andere nationaliteit is verworven. Voor dit onderzoek kunnen onder meer de volgende documenten relevant zijn: geboorteakten van de cliënt en diens ouders, identiteitsdocumenten van de ouders, verblijfsvergunningen uit andere landen, reisdocumenten, UNRWA-registraties, statements van ambassades die aangeven dat de persoon geen burger van het land is.
Voor cliënten die mogelijk onder een van de categorieën van evidente staatloosheid vallen, is het meestal verstandig om eerst te onderzoeken of registratie via de gemeente mogelijk is. De gemeentelijke procedure is in de praktijk vaak toegankelijker, sneller en minder belastend dan de gerechtelijke vaststellingsprocedure staatloosheid.
Een verzoek bij de gemeente is kosteloos en er is geen advocaat nodig. De cliënt kan het verzoek zelf indienen, eventueel met ondersteuning van een hulpverlener of maatschappelijke organisatie. Bij de gerechtelijke vaststellingsprocedure is een advocaat nodig, het kost veel tijd om een verzoekschrift voor te bereiden en de zaak wordt binnen maximaal 12 maanden behandelt.
Ook vanuit maatschappelijk oogpunt is het wenselijk om evidente gevallen eerst door gemeenten te laten beoordelen. De wettelijke regeling is juist ingevoerd zodat eenvoudige en duidelijke zaken niet onnodig aan de rechter hoeven te worden voorgelegd. Wanneer alle evidente gevallen direct naar de rechtbank zouden worden verwezen, zou dit leiden tot onnodige belasting van de rechtspraak, hogere kosten en langere wachttijden voor cliënten bij wie daadwerkelijk een rechterlijke beoordeling nodig is.
Dat neemt niet weg dat de gemeentelijke route verplicht is. De procedure bij de gemeente vormt een alternatief naast de gerechtelijke vaststellingsprocedure en geen verplichte eerste stap. Wanneer een cliënt niet onder een categorie van evidente staatloosheid lijkt te vallen, of wanneer al vooraf duidelijk is dat complexe juridische vragen spelen, kan een procedure bij de rechtbank alsnog de meest passende route zijn. Voor veel Palestijnse zaken en andere relatief duidelijke gevallen is het echter vaak zinvol om eerst te onderzoeken of registratie via de gemeente mogelijk is.
Wanneer de gemeente het verzoek honoreert, wordt de cliënt in de BRP geregistreerd als “staatloos”. Wanneer twijfel blijft bestaan, mag de gemeente geen eigen vaststelling doen en zal de cliënt doorgaans worden verwezen naar de vaststellingsprocedure staatloosheid bij de rechtbank Den Haag. Bij afwijzing kan er geen formeel bezwaar worden ingediend. Registratie als staatloos kan belangrijke gevolgen hebben voor naturalisatie, reisdocumenten en de positie van staatloze kinderen. Het kan ook helpen bij verblijfsrechtelijke procedures zoals de buitenschuld procedure. Tegelijkertijd leidt registratie als staatloos niet automatisch tot een verblijfsvergunning.
Infoproduct: Indienen van een verzoekschrift tot vaststelling van staatloosheid (2026)
Bekijk het infoproduct
Brochures over de Evidente Staatloosheid procedure bij Gemeenten (2026)
Bekijk de brochure in het Nederlands
View the brochure in English
اطّلع على الكتيّب باللغة العربية
Brochures over nieuwe wetgeving staatloosheid (2024)
Bekijk de brochure Staatloosheidvaststelling
Bekijk de brochure Kinderstaatloosheid
Bekijk de brochure ‘How do I prove I’m stateless’ (ENG)‘ of bekijk de brochure in het Arabisch
In overeenstemming met de VN-Verdragen inzake staatloosheid heeft Nederland de verplichting om staatloosheid degelijk te kunnen vaststellen, en ook actief te werken aan het verminderen en voorkomen ervan. Sinds 1 oktober 2023 heeft Nederland een gerechtelijke vaststellingsprocedure staatloosheid bij de Rechtbank Den Haag.
De vaststellingsprocedure staatloosheid staat open voor iedereen die hun staatloosheid officieel wil laten vaststellen. Wanneer sprake is van complexe feiten of ontbrekende documentatie is de gerechtelijke vaststellingsprocedure bij de rechtbank Den Haag de aangewezen route. Het is wel belangrijk om te weten dat deze procedure niet gelijktijdig met een asielprocedure kan lopen. Het hebben van een verblijfsvergunning is geen voorwaarde voor toegang tot de procedure. De vaststellingsprocedure heeft echter geen schorsende werking: een cliënt verkrijgt hierdoor geen verblijfsrecht en wordt tijdens de procedure niet beschermd tegen uitzetting of andere vreemdelingrechtelijke maatregelen.
Voor deze procedure is een advocaat verplicht. De verzoeker moet onderbouwen welke banden hij of zij heeft met relevante landen, welke stappen zijn ondernomen om een nationaliteit vast te stellen of documenten te verkrijgen, en waarom geen enkele staat hem of haar als onderdaan beschouwt. De rechtbank doet in beginsel binnen zes maanden uitspraak, met de mogelijkheid deze termijn eenmaal met zes maanden te verlengen. Hoewel de procedure meer tijd en voorbereiding vraagt dan de route van Evidente Staatloosheid, biedt zij juist uitkomst in complexere zaken. Tegen het besluit kunnen verzoeker en de IND (namens de Staat) enkel cassatie instellen bij de Hoge Raad, waarvoor zij een termijn van drie maanden hebben.
Een verzoekschrift tot vaststelling van staatloosheid is het formele verzoek waarmee een persoon de rechtbank Den Haag vraagt vast te stellen dat hij of zij door geen enkele staat als onderdaan wordt beschouwd. In een verzoekschrift wordt de persoonlijke situatie van de verzoeker uiteengezet en onderbouwd met informatie over afkomst, familiegeschiedenis, contacten met buitenlandse autoriteiten en andere relevante bewijsstukken.
Infoproduct: Indienen van een verzoekschrift tot vaststelling van staatloosheid (2026)
Bekijk het infoproduct
Deze handreiking is ontwikkeld om advocaten, juristen en juridisch medewerkers te ondersteunen bij het voorbereiden en indienen van een verzoekschrift. Het document biedt een overzicht van het juridische kader, de procedure bij de rechtbank, relevante rechtspraak en de bewijsstandaard die wordt gehanteerd bij de beoordeling van staatloosheid. Daarnaast bevat het praktische handvatten voor de opbouw van een verzoekschrift, voorbeelden van argumentatie en een overzicht van mogelijke bewijsstukken die kunnen worden gebruikt ter onderbouwing van een zaak. De handreiking is ook behulpzaam voor hen die beter begrip willen krijgen van de mogelijkheden, aandachtspunten en uitdagingen binnen deze procedure.
Tot zover zijn er 77 uitspraken gepubliceerd binnen de gerechtelijke vaststellingsprocedure staatloosheid. Uit het overzicht dat wij van deze zaken hebben opgesteld, komt naar voren dat het merendeel is toegewezen. Verder valt op dat vooral Palestina, Syrië en Turkije vaak genoemd worden als relevant land van herkomst.
De eerste jaren van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid laten zien dat de rechtbank sterk aansluit bij het Verdrag betreffende de status van staatlozen van 1954 en het UNHCR Handbook on Protection of Stateless Persons. De rechtspraak laat een duidelijke ontwikkeling zien richting een praktische en op de werkelijkheid gerichte beoordeling van staatloosheid, waarbij niet alleen de wet op papier, maar de uitvoering ervan meetelt.
Het bewijs van staatloosheid verschilt wezenlijk van het bewijs van een bestaande nationaliteit. De kernvraag is immers hoe iemand kan aantonen dat hij door geen enkele staat als onderdaan wordt beschouwd.
De rechtbank heeft bevestigd dat bewijsproblemen inherent zijn aan staatloosheid en dat daarom een aangepaste bewijsstandaard geldt. Staatloosheid kan worden vastgesteld wanneer in redelijke mate vaststaat dat een persoon niet door een staat als onderdaan wordt beschouwd. Daarbij geldt geen eis van absolute zekerheid.
De rechtbank heeft bovendien geoordeeld dat identiteit en afstamming niet volledig onomstotelijk hoeven vast te staan. Voldoende kan zijn dat er een vermoeden van juistheid bestaat van de door verzoeker gestelde geboorte- en afstammingsgegevens. De rechter heeft daarbij een zelfstandige rol in de waardering van het bewijs.
Relevante rechtspraak
- Rb. Den Haag 12 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11410.
- Rb. Den Haag 19 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:26734.
- Rb. Den Haag 19 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:26744.
- Rb. Den Haag 19 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:26746.
- Rb. Den Haag 8 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:16748.
Een belangrijk onderdeel van de definitie van staatloosheid is de vraag of iemand door een staat als onderdaan wordt beschouwd “krachtens diens wetgeving”. De rechtbank heeft verduidelijkt dat hierbij niet uitsluitend gekeken mag worden naar de letter van de nationaliteitswet. Ook de wijze waarop die wet in de praktijk wordt toegepast en hoe de betrokken autoriteiten een persoon daadwerkelijk behandelen, is van belang. Recente rechtspraak laat zien dat zelfs wanneer een persoon op grond van de nationale nationaliteitswet in theorie aanspraak lijkt te hebben op een nationaliteit, toch sprake kan zijn van staatloosheid wanneer de bevoegde autoriteiten weigeren die persoon als onderdaan te erkennen of te registreren.
De rechtbank heeft daarbij benadrukt dat met de jure staatloosheid niet alleen wordt gedoeld op situaties waarin de wet zelf geen nationaliteit toekent, maar ook op gevallen waarin nationaliteitswetgeving in de praktijk een dode letter blijkt te zijn of waarin bepaalde bevolkingsgroepen structureel worden uitgesloten van erkenning als onderdaan. Structurele administratieve, praktische of discriminerende belemmeringen kunnen daarbij een belangrijke rol spelen. Wanneer een bevolkingsgroep in theorie aan de wettelijke voorwaarden voor nationaliteitsverkrijging kan voldoen, maar in de praktijk geen toegang heeft tot registratie of erkenning door de autoriteiten, kan dit bijdragen aan de conclusie dat sprake is van staatloosheid. Deze benadering is van bijzonder belang voor groepen die te maken hebben met langdurige uitsluiting, discriminatie of gebrekkige toegang tot registratie- en documentatieprocedures.
Deze uitleg sluit aan bij het doel van het Verdrag betreffende de status van staatlozen van 1954: niet de juridische theorie staat centraal, maar de vraag of iemand in werkelijkheid door een staat als onderdaan wordt beschouwd. Een theoretische mogelijkheid om een nationaliteit te verkrijgen of te bezitten is daarom niet altijd voldoende wanneer blijkt dat deze mogelijkheid in de praktijk niet toegankelijk of niet effectief is.
Relevante rechtspraak
Rb. Den Haag 8 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:16742.
De rechtbank heeft benadrukt dat alle vormen van bewijs een rol kunnen spelen bij de beoordeling van staatloosheid. Juist omdat veel staatloze personen geen identiteits- of nationaliteitsdocumenten bezitten, kan niet worden volstaan met een uitsluitend documentaire benadering. Van belang kunnen onder meer zijn verklaringen van de verzoeker, documenten uit eerdere procedures, informatie over familieleden, reis- en identiteitsdocumenten, verklaringen van ambassades, landeninformatie, nationaliteitswetgeving en getuigenverklaringen.
Wanneer weinig documenten beschikbaar zijn, kan de geloofwaardigheid van verklaringen een grotere rol spelen. Ook eerdere asielprocedures kunnen relevant zijn voor de beoordeling van de algemene betrouwbaarheid van een verzoeker. Verklaringen van buitenlandse autoriteiten kunnen een belangrijke bron van bewijs vormen in een vaststellingsprocedure. Een expliciete bevestiging dat iemand geen staatsburger is, kan zwaar wegen. Ook verklaringen waaruit blijkt dat geen nationaliteitsgegevens bekend zijn of dat een persoon niet als onderdaan wordt erkend, kunnen van betekenis zijn. Daarnaast blijkt uit de rechtspraak dat ook het uitblijven van een reactie van een ambassade onder omstandigheden relevant kan zijn bij de beoordeling van de staatloosheid.
De rechtbank heeft benadrukt dat niet alleen onderzocht moet worden of iemand ooit een nationaliteit heeft verkregen, maar ook of die nationaliteit later verloren is gegaan. Dit kan met name van belang zijn in situaties waarin nationaliteitswetgeving voorziet in verlies van nationaliteit na langdurig verblijf in het buitenland of wanneer aan bepaalde registratieverplichtingen niet is voldaan.
Relevante rechtspraak
- Rb. Den Haag 24 april 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:6968
- Rb. Den Haag 12 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11410.
- Rb. Den Haag 19 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:26734.
- Rb. Den Haag 19 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:26744.
- Rb. Den Haag 19 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:26746.
- Rb. Den Haag 8 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:16742.
- Rb. Den Haag 8 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:16748
De rechtbank heeft zich ook uitgesproken over situaties waarin de overheid in eerdere procedures een ander standpunt over de nationaliteit van een persoon heeft ingenomen.
Volgens de rechtbank kan een verzoeker in een onmogelijke positie terechtkomen wanneer de overheid eerst jarenlang stelt dat een bepaalde nationaliteit niet aannemelijk is en vervolgens in een staatloosheidsprocedure aanvoert dat die nationaliteit mogelijk toch bestaat.
Deze uitspraak kan met name van belang zijn voor personen van wie in eerdere vreemdelingrechtelijke procedures is vastgesteld dat hun identiteit of nationaliteit niet aannemelijk was.
Relevante rechtspraak
- Rb. Den Haag 25 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3877
Een officiële vaststelling als staatloos is van groot belang om de rechten die staatlozen toekomen in Nederland te kunnen garanderen. Deze rechten verschillen afhankelijk van de verblijfsstatus:
| Met verblijf | Zonder verblijf |
| Registratie als ‘staatloos’ in de Basisregistratie Personen (BRP) van de desbetreffende gemeente. Dit betreft of een nieuwe registratie of een wijziging van nationaliteit van bijvoorbeeld ‘nationaliteit onbekend’ naar ‘staatloos’. | Aanvraag voor een identificerend document voor staatlozen genaamd S-document. |
| Naturalisatie via de ‘optieprocedure’ voor in Nederland geboren staatloze kinderen na 3 jaar rechtmatig verblijf. | Naturalisatie via de ‘optieprocedure’ voor in Nederland geboren staatloze kinderen met 5 jaar ‘stabiel hoofdverblijf’. |
| Versnelde naturalisatie. In plaats van na vijf jaar, kan een staatloze na een termijn van drie jaar rechtmatig verblijf aanspraak maken op de Nederlandse nationaliteit. | Het indienen van een nieuwe verblijfsprocedure bij de IND. Afhankelijk van de casus kan een vaststelling als staatloze bijvoorbeeld kwalificeren als relevante grond voor een herhaalde asielaanvraag (HASA). |
| Aanvragen van een reisdocument voor staatloze personen bij de desbetreffende gemeente. | Indien vertrek uit Nederland ‘buiten hun schuld’ niet lukt, kunnen zij in aanmerking komen voor een buitenschuld vergunning. Bij de invoering van de Wet vaststelling staatloosheid heeft de staatssecretaris aangegeven dat het wat hem betreft ‘in de rede ligt’ dat een staatloze sneller aanspraak kan maken op een buitenschuldvergunning. De betrokkene heeft dan immers geen land om naar terug te keren, want hij/zij heeft geen nationaliteit. Zie tevens Ad 3. onder 4, 4.1, van de Vreemdelingencirculaire 2000. |
Rechten, Toegang & Buitenschuld
I wish my kids could live safely like other kids and to have their basic rights. I feel really sad and sometimes emotional. I am devastated more often when kids complain that we can’t travel while other of his friends can travel normally. Sometimes when it’s their birthdays like this, then my children ask, why don’t we have a home like my friends have? Why people don’t visit us? Why can we not invite anybody on my birthday? These are the hardest questions. You don’t know how to answer or explain them.
– from the podcast Tales of Belonging by the Stateless Rights Collective
De belangrijkste daarvan zijn het VN-Verdrag betreffende de status van staatlozen van 1954 en het VN-Verdrag tot beperking der staatloosheid van 1961. Deze verdragen vormen de basis van de internationale bescherming van staatloze mensen. Het Verdrag van 1954 bevat de internationaal erkende definitie van staatloosheid en beschrijft de rechten die staatloze personen toekomen. Het Verdrag van 1961 richt zich op het voorkomen en terugdringen van staatloosheid, met bijzondere aandacht voor kinderen. Ook artikel 15 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens bevestigt dat ieder mens recht heeft op een nationaliteit.
Daarnaast bevatten verschillende mensenrechtenverdragen bepalingen die staten verplichten staatloosheid te voorkomen en het recht op een nationaliteit te beschermen. Zo erkennen het VN-Kinderrechtenverdrag (artikelen 7 en 8) en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (artikel 24) het recht van ieder kind op een nationaliteit. Artikel 9 van het VN-Vrouwenverdrag (CEDAW) verplicht staten om vrouwen dezelfde rechten te geven als mannen bij het verkrijgen, behouden en doorgeven van een nationaliteit. Ook het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (artikel 18) en het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie (artikel 5) bevatten bepalingen die het recht op een nationaliteit beschermen zonder onderscheid naar afkomst, geslacht of beperking.
Ook verdragen die niet specifiek over staatloosheid gaan zijn van groot belang. Artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens beschermt het recht op privé- en gezinsleven. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft in zaken als Keita v. Hongarije (2020) en Hoti v. Kroatië (2018) benadrukt dat langdurige onzekerheid over nationaliteit en verblijfsstatus een ernstige impact kan hebben op het opbouwen van een gezinsleven en deelname aan de samenleving.
UNHCR heeft wereldwijd het mandaat om staatloze mensen te beschermen en staten te ondersteunen bij het voorkomen en oplossen van staatloosheid. Hiervoor heeft UNHCR verschillende richtlijnen ontwikkeld over de toepassing van de verdragen uit 1954 en 1961, evenals een uitgebreid Handboek betreffende de bescherming van staatlozen. Na de wereldwijde #IBelong-campagne wordt de internationale inzet voortgezet via de Global Alliance to End Statelessness, een initiatief dat overheden, maatschappelijke organisaties, internationale instellingen en mensen met eigen ervaring van staatloosheid samenbrengt om oplossingen voor staatloosheid te versnellen.
Een belangrijk verschil met de reguliere naturalisatieprocedure is dat vastgestelde staatlozen al na drie jaar rechtmatig verblijf in aanmerking kunnen komen voor naturalisatie, in plaats van de gebruikelijke termijn van vijf jaar (artikel 8, lid 4 van de Rijkswet op het Nederlanderschap). Daarnaast geldt voor staatloze aanvragers een lager legestarief dan voor andere naturalisatieverzoeken (zie paragraaf 2.3 van de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap en de actuele tarieven op de website van de IND).
Ook bij het aantonen van identiteit en nationaliteit wordt rekening gehouden met de positie van staatloze personen. Anders dan de meeste naturalisatieaanvragers hoeven vastgestelde staatlozen geen buitenlands paspoort of ander nationaal reisdocument te overleggen. In plaats daarvan kunnen zij gebruikmaken van een Nederlands vluchtelingenpaspoort of vreemdelingenpaspoort (paragraaf 3.5.2 van de Handleiding RWN). Wel kan van staatlozen met een reguliere verblijfsvergunning worden gevraagd een geboorteakte te overleggen. Wanneer zo’n document niet beschikbaar is, kan sprake zijn van bewijsnood. Bij de beoordeling daarvan wordt gekeken naar de oorzaak van de staatloosheid en naar de vraag of het redelijkerwijs mogelijk is om de benodigde documenten alsnog te verkrijgen (paragraaf 3.5.6 van de Handleiding RWN).
Hoewel de wet voor staatloze personen dus enkele belangrijke uitzonderingen en versoepelingen kent, blijft het in de praktijk vaak een complexe procedure. Voor veel mensen vormt vooral het aantonen van hun identiteit, geboortegegevens of staatloosheid nog altijd een belangrijke uitdaging. Daarom is tijdige registratie als staatloze en goede juridische ondersteuning gedurende het traject van groot belang.
De buitenschuldprocedure is bedoeld voor mensen die Nederland moeten verlaten, maar dat buiten hun eigen schuld niet kunnen. Om voor een buitenschuldvergunning in aanmerking te komen, moet de aanvrager aantonen dat hij of zij actief heeft meegewerkt aan het vertrek en alle redelijke stappen heeft gezet om terugkeer mogelijk te maken. Daarbij wordt onder meer gekeken of contact is gezocht met ambassades of autoriteiten van landen waarmee iemand mogelijk een band heeft en of voldoende is meegewerkt aan onderzoeken naar identiteit, nationaliteit en vertrek. Pas wanneer wordt vastgesteld dat terugkeer ondanks deze inspanningen niet mogelijk is, kan een verblijfsvergunning op grond van buiten schuld worden verleend. Dit is een tijdelijke vergunning van 1 jaar, die tot 3 jaar verlengd kan worden waarna een staatloos persoon kan naturaliseren.
Voor staatloze mensen kan deze procedure een bijzondere uitdaging vormen, omdat juist het ontbreken van een nationaliteit vaak maakt dat er geen overheid is die hun identiteit kan bevestigen of reisdocumenten kan afgeven. Hierdoor kunnen zij moeilijk voldoen aan de bewijsvereisten van de procedure, terwijl hun staatloosheid tegelijkertijd een belangrijke oorzaak is van het uitblijven van vertrek. Ook is een voorwaarde van de procedure dat er geen twijfel bestaat over iemand zijn identiteit of nationaliteit. Na een officiële vaststelling van staatloosheid moet nog afzonderlijk worden beoordeeld of aan alle voorwaarden van de buitenschuldregeling wordt voldaan. Hoewel de overheid de procedure presenteert als een mogelijke oplossing voor sommige staatloze mensen, is er vooralsnog weinig bewijs dat vastgestelde staatlozen hierdoor daadwerkelijk eenvoudiger toegang krijgen tot een verblijfsvergunning.
Maatschappelijke organisaties en juridische experts signaleren daarnaast al jarenlang knelpunten in de uitvoering van het buitenschuldbeleid. In de praktijk blijkt het vaak moeilijk om aan te tonen dat terugkeer onmogelijk is, zeker wanneer iemand geen nationaliteit heeft en daardoor ook geen autoriteiten heeft die een verklaring kunnen afgeven. De vraag of de buitenschuldprocedure een effectieve en duurzame oplossing biedt voor vastgestelde staatloze mensen, moet daarom de komende jaren nog blijken uit de praktijk.
| Jaar | Aantal verleende vergunningen Buitenschuld (inc. amv’s) |
|---|---|
| 2019 | 60 |
| 2020 | 50 |
| 2021 | 50 |
| 2022 | 60 |
| 2023 | <10 |
| 2024 | 30 |
| 2025 | <10 |
Uitstroom bron DT&V
| Onbekend | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Inbewaringstelling | 40 | 30 | 30 | 15 | 45 | N/a | |
| Totaal gedwongen vertrek uit NL | 30 | 30 | 10 | 10 | 20 | 10 | 110 |
| a. Gedwongen vertrek (Dublin) | 25 | 20 | 10 | <5 | 15 | N/a | 70-75 |
| b. Gedwongen vertrek (overig) | 10 | 5 | <5 | 5 | 5 | N/a | 25 |
| % IBS uitgezet | 75% | 100% | 33% | 67% | 44% | 64% | |
| Totaal zelfstandig vertrek uit NL | 20 | 30 | 20 | 10 | 20 | 0 | 100 |
| a. Zelfstandig vertrek (Dublin) | 5 | 30 | 15 | 5 | 15 | N/a | 70 |
| b. Zelfstandig vertrek (overig) | 15 | 5 | <5 | <5 | 5 | N/a | 25-30 |
| Zelfstandig vertrek zonder toezicht | 90 | 70 | 90 | 80 | 90 | 30 | 450 |
| Vergunning verleend | 10 | 10 | 30 | N/a | N/a | N/a | 50 |
| Overig | 40 | 30 | 50 | N/a | N/a | N/a | 120 |
| Staatloos | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Inbewaringstelling | 0 | 5 | 10 | 15 | 5 | N/a | |
| Gedwongen vertrek uit NL | 0 | 10 | 10 | 10 | 0 | 0 | 30 |
| a. Gedwongen vertrek (Dublin) | 0 | <5 | <5 | <5 | 0 | N/a | <15 |
| b. Gedwongen vertrek (overig) | 0 | <5 | 5 | 10 | 0 | N/a | 15-20 |
| % IBS uitgezet | N/a | 200% | 100% | 67% | 0% | N/a | 92% |
| Zelfstandig vertrek uit NL | 10 | 20 | 10 | 0 | 0 | 0 | 40 |
| a. Zelfstandig vertrek (Dublin) | 10 | 5 | <5 | 0 | 0 | N/a | 15 |
| b. Zelfstandig vertrek (overig) | 5 | 10 | 5 | <5 | <5 | N/a | 0-10 |
| Zelfstandig vertrek zonder toezicht | 60 | 60 | 60 | 40 | 30 | 10 | 260 |
| Vergunning verleend | 20 | 10 | 10 | N/a | N/a | N/a | 40 |
| Overig | 40 | 50 | 50 | N/a | N/a | N/a | 140 |
Kinderen die staatloos zijn en in Nederland zijn geboren, kunnen onder voorwaarden de Nederlandse nationaliteit verkrijgen via de optieprocedure. Deze procedure verloopt via de gemeente en is bedoeld om te voorkomen dat kinderen langdurig zonder nationaliteit opgroeien. Er zijn momenteel twee routes waarlangs in Nederland geboren staatloze kinderen gebruik kunnen maken van het optierecht.
1. Na drie jaar rechtmatig verblijf
Een in Nederland geboren staatloos kind kan opteren voor het Nederlanderschap na een onafgebroken periode van drie jaar rechtmatig verblijf (artikel 6, eerste lid, onder b van de Rijkswet op het Nederlanderschap). Hiervoor moet het kind een Nederlandse geboorteakte kunnen overleggen en moet de staatloosheid blijken uit de registratie in de Basisregistratie Personen (BRP). De staatloosheid kan zijn vastgesteld door een bestuursorgaan of door de rechter.
2. Na vijf jaar stabiel hoofdverblijf
Sinds 1 oktober 2023 bestaat daarnaast een aanvullende mogelijkheid voor in Nederland geboren staatloze kinderen om Nederlander te worden na een onafgebroken periode van vijf jaar stabiel hoofdverblijf (artikel 6, eerste lid, onder q van de Rijkswet op het Nederlanderschap). Deze regeling is ingevoerd na de aanneming van de wetgeving over staatloosheid in 2022. Voor deze route gelden aanvullende voorwaarden. Het kind moet in Nederland geboren zijn, een Nederlandse geboorteakte kunnen overleggen en jonger zijn dan 21 jaar. Daarnaast moet de staatloosheid kunnen worden aangetoond, bijvoorbeeld via een bestaande BRP-registratie, een beslissing van een bestuursorgaan op grond van de evidente procedure of een rechterlijke uitspraak. Ook moet aannemelijk zijn dat het kind niet in redelijkheid een andere nationaliteit kan verkrijgen
Bij de beoordeling van het vereiste van vijf jaar stabiel hoofdverblijf wordt gekeken naar feitelijk en onafgebroken verblijf in Nederland. Daarnaast mogen het kind en de ouders zich niet hebben onttrokken aan het toezicht van de autoriteiten of een vertrekprocedure hebben gefrustreerd. Nadere regels hierover zijn opgenomen in de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap. Voor deze beoordeling kan de gemeente advies vragen aan de IND, die daarbij ook informatie kan opvragen bij de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V).
Net als bij een naturalisatieverzoek hoeven staatloze personen bij een optieverzoek geen buitenlands paspoort of ander nationaal reisdocument over te leggen. Hiermee wordt rekening gehouden met de bijzondere positie van mensen die juist geen nationaliteit hebben en vaak niet over dergelijke documenten kunnen beschikken (paragraaf 2.2.5.2 van de Handleiding RWN).
Links & Resources
Organisaties
– https://statelessrightscollective.nl/ (Stateless Rights Collective)
– https://www.institutesi.org/ (Institute on Statelessness and Inclusion)
– https://www.unhcr.org/nl/wat-we-doen/bescherming-van-mensenrechten/staatlozen (UNHCR Nederland)
– https://www.statelessness.eu/ (European Network on Statelessness)
– Global Alliance to End Statelessness
Artikelen
‘Buitenschuld beleid schiet nog altijd te kort’ – Robin van Oene in A&MR
‘Nederlandse omgang met staatlozen in strijd met mensenrechten’ – Chard van den Berg in Vrij Nederland
‘Hoe Nederland omgaat met staatlozen’ – vastlegging van debatavond in De Balie georganiseerd door ASKV
‘Vaststellingsprocedure staatloosheid en uitgebreid optierecht voor staatloze kinderen: het wachten waard?’ – Katja Swider & Caia Vlieks
Landeninformatie en jurisprudentie
Kaart van landen waarin vrouwen hun nationaliteit niet kunnen doorgeven
Stateless Hub (Global and Reliable information on statelessness)
European Case Law
Rapport Staatloosheid: Een Mondiaal Probleem van Ministerie van JenV (2016)
Refworld (UNHCR’s Global Law & Policy Database)
Publicaties
Bekijk het infoproduct
Brochures over de Evidente Staatloosheid procedure bij Gemeenten (2026)
Bekijk de brochure in het Nederlands
View the brochure in English
اطّلع على الكتيّب باللغة العربية
ENS Statelessness Index Survey (2025)
Bekijk ons rapport voor ENS hier
Brochures over nieuwe wetgeving staatloosheid (2024)
Bekijk de brochure Staatloosheidvaststelling
Bekijk de brochure Kinderstaatloosheid
Bekijk de brochure ‘How do I prove I’m stateless’ (ENG)‘ of bekijk de brochure in het Arabisch
Publicatie voor politici (2023)
Een publicatie voor politici met algemene informatie over staatloosheid in Nederland en de verhalen van staatloze mensen.
Bekijk de publicatie
Verhalen van staatlozen (2022)
Een publicatie met de verhalen van staatloze mensen.
Bekijk het rapport
Aanbevelingen
This waiting in the procedure isn’t neutral. It shapes our identity. It can make hope feel dangerous, like a trick you play on yourself to survive. But our story matters. Our existence is not a mistake. Even if the system fails to see us clearly, that doesn’t mean we aren’t real or worthy for dignity, home, or peace. That age of stability, of freedom to contribute, to build, to belong, that’s not a luxury. It’s actually a human right.
– from the podcast Tales of Belonging by the Stateless Rights Collective
Ondanks recente verbeteringen in wetgeving en uitvoering lopen staatloze mensen in Nederland nog steeds tegen grote obstakels aan. Er is meer aandacht voor de vaststelling van staatloosheid en de eerste ervaringen met de nieuwe procedures zijn positief. Tegelijkertijd blijven veel mensen zonder nationaliteit vastzitten in een situatie van langdurige onzekerheid, zonder duurzame oplossing of voldoende bescherming. Om staatloosheid effectief aan te pakken zijn verdere stappen nodig op het gebied van bescherming, kinderrechten, data, detentie en kennisdeling. Dit zijn de beleidsaanbevelingen van ASKV:
Duurzame bescherming voor staatloze mensen
- Koppel de erkenning van staatloosheid aan verblijfsrecht, zodat staatloze mensen toegang krijgen tot hun rechten.
- Zorg ervoor dat personen die een procedure tot vaststelling van staatloosheid doorlopen gedurende die procedure rechtmatig verblijf en passende bescherming krijgen.
- Voorkom dat mensen langdurig in een juridische limbo terechtkomen door gebrek aan bewijs zorgvuldig mee te wegen in besluitvorming als zijnde een kenmerk van staatloosheid.
- Veranker staatloosheid als expliciete overweging binnen asiel-, verblijfs- en terugkeerprocedures en houd rekening met de specifieke kwetsbaarheid van staatloze personen.
Voorkomen van staatloosheid bij kinderen
- Waarborg dat geen enkel kind in Nederland opgroeit zonder nationaliteit.
- Maak de toegang tot het Nederlanderschap voor in Nederland geboren staatloze kinderen eenvoudiger, toegankelijker en in overeenstemming met internationale kinderrechtennormen.
- Maak geen onderscheid tussen staatloze kinderen met en zonder verblijfsrecht in de wet.
- Neem juridische en administratieve belemmeringen weg die ertoe leiden dat kinderen langdurig staatloos blijven.
Openbare en betrouwbare data
- Zorg voor consistente, toegankelijke en openbare gegevens over staatloosheid, waarbij de categorieën ‘staatloos’ en ‘nationaliteit onbekend’ afzonderlijk worden geregistreerd en gepubliceerd.
- Versterk monitoring van beleid zodat de omvang en ontwikkeling van staatloosheid in Nederland beter in beeld komen.
- Gebruik betrouwbare data als basis voor beleidsontwikkeling, monitoring en evaluatie van maatregelen tegen staatloosheid.
Een menswaardige benadering van detentie
- Beperk het gebruik van vreemdelingendetentie voor staatloze personen, in het bijzonder wanneer terugkeer niet mogelijk is.
- Voorkom herhaalde detentie van personen voor wie geen reëel perspectief op uitzetting bestaat.
Kennis en expertise versterken
- Investeer in structurele trainingen en deskundigheidsbevordering bij gemeenten, de IND, de rechtspraak en andere betrokken instanties.
- Ontwikkel duidelijke richtlijnen voor professionals die met staatloosheid in aanraking komen.
- Betrek staatloze mensen en ervaringsdeskundigen actief bij beleidsvorming, wetgeving en de uitvoering van maatregelen die hen raken.
Door deze stappen te zetten kan Nederland staatloosheid beter voorkomen en ervoor zorgen dat mensen die zonder nationaliteit leven de bescherming krijgen waar zij recht op hebben.
About
Deze website is gemaakt door ASKV onder het project Recht op Nationaliteit. Mensen die staatloos zijn kunnen bij ASKV terecht voor informatie, advies, begeleiding, en hulp bij (het starten van) juridische procedures. ASKV werkt daarnaast ook hard aan de structurele verbetering van de positie van mensen die staatloos zijn in Nederland. Wij doen dit door strategisch procederen, onderzoek, belangenbehartiging en campagne voering. Ook werken wij nauw samen met de doelgroep en ondersteunen wij de groei van het Stateless Rights Collective. Voor vragen of opmerkingen kunt u mailen naar rechtopnationaliteit@askv.nl.