Menu
  • wethouder pels in gesprek met de presentatoren

    24 september 2026

  • ontwerp zonder titel (5)

    23 september 2026

  • 9175836785 7bf9bb0d7d b (1)

    10 september 2026

Hoe kan jij helpen?

Help mee door te doneren
ASKV
wethouder pels in gesprek met de presentatoren
24 september 2026

In gesprek met wethouder Zita Pels: “We willen voorkomen dat mensen in een negatieve spiraal terechtkomen”

Op maandag 21 september kwam het Breedstedelijk Overleg Ongedocumenteerden (BSOO) opnieuw bijeen in Ru Paré in Amsterdam. Tijdens deze bijeenkomst stond een gesprek met wethouder Zita Pels centraal, onder leiding van Frederiek de Vlaming en Geeske Hovingh. Aan de hand van verschillende thema’s werd gesproken over de toekomst van de opvang voor ongedocumenteerde mensen in Amsterdam, de gevolgen van het Europese migratiebeleid, kwetsbare groepen en de financiële ruimte van de gemeente.

Voorafgaand aan het gesprek gaven Kruispost en het Amsterdams Centrum voor Ongedocumenteerden (ACO) een korte update vanuit hun dagelijkse praktijk. Zij zien dat de druk op de hulpverlening blijft toenemen. De wachtlijsten worden langer en de problematiek van mensen die zich melden wordt complexer, waardoor steeds intensievere ondersteuning nodig is.

Zita Pels is sinds kort als wethouder verantwoordelijk voor de portefeuille Asiel en Opvang en blikte tijdens het gesprek terug op haar eerste honderd dagen. Ze vertelde dat ze de positie van ongedocumenteerde mensen meer als onderdeel van de Amsterdamse werkelijkheid wil benaderen, maar benadrukte tegelijk dat de stad niet op zichzelf staat. “Amsterdam staat natuurlijk niet alleen. We hebben te maken met een veel grotere landelijke en Europese context.”

Een belangrijk onderwerp was het Programma Ongedocumenteerden Amsterdam (POA). Pels gaf aan af te willen van het uitgangspunt dat mensen na anderhalf jaar automatisch uit de opvang moeten vertrekken. Volgens haar moet er meer ruimte komen voor maatwerk. “Ik wil af van het idee dat iemand na anderhalf jaar gewoon uit de opvang moet. We moeten veel meer kijken naar wat iemand nodig heeft en wat in een individuele situatie mogelijk is.” Daarbij wil zij ook onderzoeken hoeveel beslissingsruimte professionals zelf kunnen krijgen, omdat zij vaak het beste zicht hebben op de situatie van iemand die zij begeleiden.

Tegelijkertijd zijn de mogelijkheden om de opvang uit te breiden beperkt. Pels zei daarover dat zij “niet zomaar vijfhonderd POA-plekken erbij kan toveren”. De gemeente moet daarom ook kijken naar andere vormen van tijdelijke opvang en begeleiding voor mensen die buiten de POA vallen. “We moeten kijken welke ingrepen mogelijk zijn om te voorkomen dat mensen in een negatieve spiraal terechtkomen.”

Ook het Europese Asiel- en Migratiepact kwam uitgebreid aan bod. Sinds de invoering van de nieuwe Europese regels is nog niet op alle punten duidelijk wat de gevolgen precies zullen zijn voor Amsterdam en voor mensen zonder verblijfsrecht. Pels gaf daarom aan dat de gemeente signalen uit de praktijk hard nodig heeft. “Ik wil heel graag weten wat er gebeurt. Welke groepen zien jullie binnenkomen? Waar lopen mensen tegenaan?”

Volgens haar is juist die informatie nodig om te bepalen waar de gemeente moet bijsturen. Tegelijkertijd wil ze onderzoeken welke vormen van ondersteuning het meest effectief zijn. “We moeten zoeken naar manieren waarop we zoveel mogelijk mensen kunnen helpen. Dat betekent niet automatisch dat we overal meer opvangplekken kunnen creëren.” De gemeente zal daarom steeds moeten afwegen waar extra opvang nodig is en waar begeleiding of andere ondersteuning mogelijk meer effect heeft.

Tekst vervolgt onder de afbeeldingen

De positie van kwetsbare groepen kreeg tijdens het gesprek veel aandacht. Vooral dakloosheid onder gezinnen heeft volgens Pels prioriteit. Ze noemde de situatie van gezinnen “heel schrijnend” en zei dat de gemeente beter moet kijken naar hoe zij nu worden geholpen. Daarbij wil zij kinderrechten nadrukkelijker meewegen bij keuzes rond opvang en huisvesting. Dat is niet altijd eenvoudig, zeker wanneer slechts een beperkt aantal woningen beschikbaar is en de gemeente moet bepalen welke gezinnen daarvoor in aanmerking komen.

Ook de groeiende groep oudere ongedocumenteerde mensen kwam aan bod. Vanuit de zaal werd gevraagd of Amsterdam ooit een verzorgingshuis voor mensen zonder verblijfsvergunning zou kunnen krijgen. Pels reageerde positief op dat idee. “Dat zou echt een fantastisch signaal zijn.” De vraag hoe langdurige zorg voor oudere ongedocumenteerde mensen georganiseerd kan worden, blijft daarmee volgens haar een belangrijk onderwerp voor de komende periode.

Sinds het nieuwe Europese migratiepact kan de periode waarin iemand teruggestuurd kan worden naar het eerste EU-land waar diegene geregistreerd is, in sommige gevallen oplopen tot drie jaar. Voorheen was dat bij mensen die uit beeld raakten maximaal achttien maanden. In de praktijk kan dat betekenen dat mensen veel langer proberen onder de radar te blijven, omdat zij bang zijn om te worden teruggestuurd.

Pels maakt zich daar zorgen over. “Mijn grootste zorg is dat mensen hierdoor nog langer onder de radar gaan. Ik verwacht dat meer mensen dat zullen gaan doen.” Dat kan ook betekenen dat mensen pas veel later weer bij hulporganisaties terechtkomen, wanneer hun problemen inmiddels groter zijn geworden.

Tijdens het gesprek werd daarom ook gesproken over het belang van vroege juridische hulp. Hoe eerder duidelijk is wat iemands mogelijkheden zijn, hoe kleiner de kans dat iemand jarenlang zonder perspectief blijft rondlopen. Pels gaf aan dat zij wil bekijken of juridische ondersteuning vaker los van opvang kan worden aangeboden. “Hoe kunnen we ervoor zorgen dat mensen zo snel mogelijk weten waar ze aan toe zijn? Als je mensen juridisch eerder duidelijkheid kunt geven, kun je misschien ook veel ellende voorkomen.”

Veel aandacht ging ook uit naar veiligheid en de mogelijke gevolgen van landelijke wetgeving voor ongedocumenteerde mensen. Volgens Pels is de boodschap vanuit het Amsterdamse college richting de politie helder: “Wij willen niet dat ongedocumenteerde Amsterdammers worden opgepakt omdat ze ongedocumenteerd zijn.”

Tegelijkertijd erkende ze dat de gemeente niet als enige bepaalt hoe er wordt gehandhaafd. Vanuit het Rijk wordt juist ingezet op strengere handhaving, waardoor er in de praktijk verschillende boodschappen naast elkaar bestaan. Volgens Pels ligt de uitdaging daarom vooral in het maken van zo concreet mogelijke afspraken met de politie. “Het blijft een zoektocht. Hoe zorgen we ervoor dat we zo goed mogelijke afspraken maken en dat zoveel mogelijk agenten daarvan op de hoogte zijn?”

Daarbij kan het helpen om veiligheidsrisico’s en specifieke situaties zo duidelijk mogelijk af te bakenen. Hoe concreter de afspraken zijn, hoe makkelijker het volgens haar wordt om die ook in de praktijk toe te passen.

Tot slot werd gesproken over de financiële ruimte van de gemeente. Vanuit de zaal werd verwezen naar eerdere waarschuwingen voor financiële druk in de komende jaren en werd gevraagd hoeveel ruimte Pels heeft. Zij gaf aan zich op dit moment geen directe zorgen te maken over de begroting, maar gaf daar wel een kanttekening bij. “De begroting is sluitend, maar er is ook vooralsnog geen geld voor allerlei nieuwe dingen.” 

Pels wees erop dat veel voorzieningen voor ongedocumenteerde mensen in de afgelopen jaren zijn opgebouwd met tijdelijke of incidentele middelen. Daardoor zijn projecten die inmiddels structureel werk verrichten nog steeds afhankelijk van tijdelijk geld. “Als iets structureel is, vinden wij het ook belangrijk om te kijken hoe we dat structureel kunnen financieren.”

De komende periode moet daarom volgens Pels worden gebruikt om een overbrugging richting 2030 te maken en meer zekerheid te creëren voor voorzieningen die inmiddels een vaste rol in de stad hebben gekregen. Tegelijkertijd blijven er moeilijke keuzes liggen tussen opvang, leefgeld, juridische ondersteuning en begeleiding. “Het blijft een puzzel die we moeten leggen. We moeten kijken hoe we met de middelen die we hebben de slimste keuzes kunnen maken.”

Veel concrete keuzes moeten de komende tijd nog worden uitgewerkt. Tijdens het BSOO werd opnieuw duidelijk hoe belangrijk signalen uit de praktijk daarbij zijn. Hulpverleners en mensen zonder verblijfsvergunning merken vaak als eerste wat nieuwe regels betekenen en waar mensen tussen wal en schip dreigen te vallen. Het BSOO werd georganiseerd door ASKV, De Regenboog Groep, het Rode Kruis, VluchtelingenWerk en Het Wereldhuis.

Deel deze pagina